Loading Events

De tentoonstelling Uit Liefhebberij, grote en kleine geschiedenis van de amateurfotografie werd gemaakt in samenwerking met La Conserverie en de collectie van Michel F. David (Les Éditions Sur la Banquise). De tentoonstelling schetst, zonder volledig te willen zijn, de grote momenten uit de geschiedenis van de amateurfotografie door te focussen op het familieportret en de anekdotes die daarmee samengaan.

Vanaf de eerste Kodak-foto’s, over een rijke collectie van autochrome foto’s, tot panoramafoto’s, archieven van schilders of leden van fotoverenigingen, kleine en universele familieanekdotes, onhandige beelden, nonchalante beelden of beelden waaruit een sentimentele gehechtheid blijkt: ongeveer 250 foto’s die de tijd en de vergetelheid hebben getrotseerd hangen aan de muren van het museum. Parallel daarmee is er een ruimte met een selectie van hedendaagse kunstenaars die een beroep doen op de amateurfotografie in hun creatieve proces.

De amateurfotografie, anoniem en van iedereen, was lang het ondergeschoven kindje van de fotografie, maar kreeg de voorbije tientallen jaren toch haar adelbrieven – via publicaties of tentoonstellingen. Het Fotografiemuseum van Charleroi zette ze trouwens herhaaldelijk in de schijnwerpers met tentoonstellingen zoals Le temps retrouvé (2002), Quelque chose (2009) en ook L’échappée belle (2013). Bijna tien jaar later wilde het museum opnieuw een tentoonstelling aan de amateurfotografie wijden en daarin de schenkingen die de museumcollectie dagelijks verrijken in de verf zetten.

Uit liefhebberij, de grote en kleine geschiedenis van de amateurfotografie vindt haar oorsprong in de geschiedenis van de fotografie. Vanaf het ontstaan en de officiële aankondiging van de ontdekking van de fotografie in 1839 hoopten Daguerre en Arago dat ze op een dag voor iedereen toegankelijk zou zijn. Die wens werd echter afgeremd door de complexiteit en de afmetingen van het materiaal evenals door de kosten die eraan verbonden waren. Het was nog een kleine vijftig jaar wachten tot George Eastman in 1988 met zijn beroemde ‘You push the button, we do the rest’ de deuren van de fotografie kon openzetten voor een groter publiek. Een publiek dat nog altijd tot de welgestelde kringen van de maatschappij behoorde, de mensen die de mogelijkheid hadden om aan vrijetijdsbesteding te doen.

De ervaren amateurs (vaak leden van clubs of verenigingen, zoals de Belgische vereniging voor fotografie) zagen (met lede ogen) een generatie fotografen ontstaan die pejoratief werden beschreven als ‘zondagsfotografen’ of ook nog ‘knoppendrukkers’. Ook kunstschilders en beeldhouwers lieten zich door het medium verleiden. Sommigen gebruikten de fotografie als ondersteuning van hun werk, maar zoals bij andere al dan niet ervaren amateurfotografen mengde ze zich ook bij hen in het gezinsleven. Naarmate de fototoestellen eenvoudiger werden en ook betaalbaar voor wie iets minder bemiddeld was, drong het dagelijkse leven binnen in de beelden, de glimlachen werden spontaner, de blikken opener en de houdingen natuurlijker; de fotograaf was niet langer een professional van buiten de familiekring, nu was het iemand van de familie. In dat kader werd de fotografie uit liefhebberij beoefend en de amateurfotografen lieten beetje bij beetje de techniek varen voor het gevoel.

 

Share This Story, Choose Your Platform!