Loading Events

De blik van André Kertész heeft nieuwe wegen geopend binnen de fotografie van de XXste eeuw. Als geïnspireerde amateur op achttien jaar, vakman wat betreft de optische zoektochten van de Nieuwe Visie op achtentwintig jaar, wegbereider van de media uitdagingen van de reportage op zesendertig jaar, heeft hij ruim bijgedragen tot de evolutie van het medium. Wanneer meerdere generaties van zijn confraters teruggekeerd zijn naar zijn beelden en zich gevoed hebben met zijn werkwijze, is het voornamelijk omdat hij degene is die, zonder effect of show, de mogelijkheid aangetoond heeft om, tijdens een leven als fotograaf, een sereen werk na te streven, terzijde van de stromingen en in de marge van opdrachten, terwijl hij de vrije loop laat aan het flaneren van de blik.

In 1894 geboren in Boedapest, verblijft hij tussen 1925 en 1936 in Parijs alvorens zich te vestigen in New York, waar hij in 1985 overlijdt. “Ah, Kertész – wij zijn hem veel verschuldigd”, verklaarde Henri Cartier-Bresson vanaf 1962. “Meer misschien dan elke andere fotograaf heeft hij de aparte esthetiek van het draagbare fototoestel begrepen en deze zichtbaar gemaakt”, preciseerde John Szarkow- Cédric de Veigy

Deze tentoonstelling is een coproductie tussen de Médiathèque de l’architecture et du patrimoine en het Maison de la Photographie Robert Doisneau, materiaal van de EPT Grand-Orly Seine Bièvre, met de medewerking van Stimulan- tiana – Straatsburg, L’Imagerie – Lannion, het Hôtel Fontfreyde – Clermont-Ferrand en het Musée de la Photographie – Charleroi.
Het wetenschappelijk onderzoek van de 35 mm films van André Kertész kreeg een financiële ondersteuning van DRAC Ile-de-France.

Sindsdien heb- ben talrijke historici in Kertész de “vader van de fotografie in 24 x 36 mm” erkend, maar geen enkele studie is ertoe gekomen de negatieven uit elkaar te houden die, tussen 1929 en 1936, het begin markeren van zijn gebruik van de Leica, het vernieuwend toestel waarmee hij zijn fotografische wandelingen, die zijn begrip van de opname vernieuwen, aanvangt.

Op het einde van zijn leven heeft Kertész het geheel van zijn beelden toegankelijk gemaakt via een gift van zijn negatieven aan Frankrijk. Vertrekkend van een minutieus onderzoek van de originele negatieven, die vandaag geconserveerd worden door de “Médiathèque de l’architecture et du patrimoine”, tracht deze tentoonstelling zijn erfenis te honoreren en dat unieke moment te vertellen waarop de ontmoeting van een man en een fototoestel de fotograaf toelaat een tot dan onbekende roeping te ontdekken: op het trottoir de aandacht opvangen die ons met elkaar verbindt.

Met vijftien miljoen negatieven, vier miljoen prenten en meer dan één miljoen tweehon- derdduizend afbeeldingen die online toegankelijk zijn, is MAP één van de belangrijkste exploitanten van de Franse staat op het gebied van het behoud van erfgoedfotocol- lecties.

Deze oprichting van het ministerie van Cultuur is in 1996 ontstaan door het groeperen van verschillende reeds bestaande diensten en heeft als tweeledige taak het behoud van de archieven van het beheer van historische monumenten en de fotografische col- lecties van het ministerie. Gecrëerd in het midden van de 19e eeuw en voortdurend verrijkend, bestrijken de collecties zeer uiteenlopende thema’s: sites en monumenten, beeldende kunst, eerste wereldoorlog, portretten, shows en cinema, reizen en expedi- ties, werken van auteurs, collecties van amateurfotografen. In totaal zijn er meer dan vijfhonderd fondsen, waaronder de Nadar-werkplaats, Jacques-Henri Lartigue, Eugène Atget, Félix Bonfils, Willy Ronis maar ook Gustave Le Gray, de gebroeders Séeberger, de Harcourt studio, Gilles Caron, Denis Brihat en André Kertész.

André Kertész schonk zijn werk in 1984 aan Frankrijk: al zijn negatieven en dia’s, evenals een grote set leesdrukken en contactplaten. De donatie omvat ook een deel van de bibliotheek en de overvloedige correspondentie van de fotograaf. Het behandelt ook zijn leven vanaf zijn jeugd in Hongarije, van 1907 tot zijn dood: boeken, tijdschriften, kranten, ontwerpen, modelboeken, notitieboekjes, correspondentie en diverse facturen, vooral met zijn schutter, uitgevers en musea. Sinds mei 2005 is de donatie toe- gewezen aan de MAP.