Loading Events

De immer gevoelige Waalse fotograaf Vincent Delbrouck – zelf geen tiener meer, maar naar eigen zeggen met ‘adolescence as ongoing story always burning in me’ – portretteert in Champú een vloedgolf van tienergevoelens en stillevens van Cuba in een positieve flow van een honderdtal foto’s die verdeeld zijn over de museumzalen in Keizersgracht 401. Wanneer beleef je grotere hoogte- en dieptepunten dan wanneer de liefde je voor de allereerste keer overvalt? Als alles nieuw en tegelijkertijd zo dramatisch intens is dat je blind en doof bent voor al het andere om je heen? ‘Life Sux!’ schreef Oriss Abreu Pavie op haar Facebook-pagina: typisch een uitroep van een verliefde tiener, wier zeer persoonlijke relaas in het Spaans, Engels en Nederlands naast Delbroucks foto’s op de wanden van de museumzalen te lezen is. Oriss is een van de tieners uit de wijk La Vibora in Havana die in 2018 samenkwamen in het park waar Delbrouck, die al sinds 1997 in Cuba komt en er diverse fotoseries heeft gemaakt, in de lente van dat jaar bij toeval op hen stuitte. Hij raakte vervuld van hun positieve energie, die hij via zijn foto’s wil delen. Die eerste liefde beleef je maar één keer. Het is daarom zo bijzonder dat Vincent Delbrouck dat unieke gevoel in foto’s heeft weten te vatten. Hij zegt daarover: ‘This colorful work is the most exciting and ambitious project of my life.’

De jeugd van La Vibora
Oriss is een van de tieners uit de wijk La Vibora in Havana die in 2018 samenkwamen in het park Los Chivos, waar Vincent Delbrouck in de lente van dat jaar bij toeval op hen stuitte: ‘Opeens waren ze daar, Leslie, Oscar, Gabriela, Solanch, Addiel, Leonardo, Oriss, Sharawi, Marcel.’ Delbrouck raakte met hen in gesprek, maakte op hun verzoek wat foto’s en keerde de dagen erop terug. De fotograaf werd door de groep volledig geaccepteerd. Hij zocht de tieners op na school als ze, soms nog gekleed in hun verplichte uniform, rondhingen in het park, aan de rivier of op het strand: lachend, kletsend, kussend, muziek luisterend, rokend, champú (aangelengde rum) drinkend, vrijend… en hij raakte vervuld van hun positieve energie. Uiteindelijk is dat wat hij via zijn foto’s wil delen: ‘Het is misschien naïef, maar hiermee wil ik mensen in een goede stemming laten komen en ze ervan weerhouden alleen naar de exotische ellende van Cuba te kijken.’

Mystieke, magische energie
Delbrouck komt al sinds 1997 in Cuba; hij heeft een speciale relatie met het eiland en noemt het zijn ‘adoptive country’. Met tussenpozen keerde hij er de afgelopen jaren steeds terug om te fotograferen of rust en inspiratie te vinden en een nieuw, positief hoofdstuk te beginnen in zijn persoonlijke en artistieke leven. Altijd al aangetrokken door ‘lichte en feminiene energie’, was het niet vreemd dat er in 2018 een connectie ontstond tussen hem en de groep tieners, en de ontmoeting leek Delbrouck voorbestemd. Het leidde tot zijn ambitieuze Champú-project, een combinatie van stillevens en portretten. De stillevens maakte Vincent Delbrouck wanneer hij alleen door de stad liep: het zijn beelden vervuld van een vredige stilte. Daarnaast zijn er de foto’s die hij maakte van de tieners, geïnspireerd door hun frisse energie die Delbrouck ‘mystic en magical’ noemt.

Schilderen met foto’s
Delbroucks fotografische taal is schilderachtig en vol kleur. Met zijn foto’s creëert hij zijn eigen fictie, hij werkt bij uitstek niet documentair. Hij fotografeert met twee camera’s, waarvan de kleine Rollei point and shoot het mogelijk maakt om vloeiend en snel te fotograferen. Maar deze kleine camera heeft geen snelle autofocus: ‘So it obliges me to focus on the body or on the small details, like the hair or the way a person is sitting, all those things are very important for me,’ zegt Delbrouck. ‘Even if there is some kind of action, it will always be some kind of portrait or like a still-life.’ Delbroucks werk wordt niet gekenmerkt door een scenario of plan. Het gaat hem om de connectie die hij voelt met het onderwerp en de manier waarop alles met elkaar samenhangt: een constellatie van individuele beelden die gezamenlijk een soort collage vormen. Delbrouck maakt zijn beelden intuïtief: ‘I am not trying to dig so much with these kind of documentary aspects. So I am floating with the life […] I am there, maybe also living with them and that’s it.’ De tieners doen op hun beurt alsof de economische crisis niet bestaat. In plaats daarvan verleiden ze de fotograaf met hun tattoos, piercings, oorringen, haren, kleding en andere bijzondere details om hen te fotograferen, in plaats van de omstandigheden waarin ze verkeren. Het park is volgens Delbrouck hun schuilplaats, waar ze samen kunnen zijn en kunnen vergeten dat er geen perspectief is.

Geboren in de ‘Speciale periode’
De tieners die Vincent Delbrouck fotografeerde, stammen uit de generatie die geboren is in de zogenaamde ‘Speciale periode’. Hiermee worden de jaren aangeduid van na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie, destijds Cuba’s (economische) bondgenoot, wat resulteerde in schrijnende tekorten aan levensmiddelen en andere producten. Vanwege de Cubaanse Revolutie, die in 1959 uitmondde in de invoering van een communistisch regime door Fidel Castro, handhaafden de Verenigde Staten sinds de jaren zestig immers een handelsembargo. Internet is voor veel Cubanen toegankelijker geworden door de legalisering van thuisnetwerken en de import van routers, maar er is een mate van censuur en de regering bepaalt tot welke websites de bevolking toegang heeft. De vrijheid van meningsuiting en de journalistieke en artistieke vrijheid zijn nog altijd beperkt. Al deze zaken lijken Delbroucks tieners nauwelijks te raken. Hoe ziet hun toekomst eruit? ‘No real plans for the future here,’ zegt Delbrouck, ‘the country does not have the ability to offer careers. You should know it and better lie on the floor and kiss your girlfriend or your boyfriend, starting to create your own path of little freedoms in this harsh world of decay.’

Vincent Delbrouck, oftewel V.D. (Brussel, België, 1975), maakt zeer persoonlijk werk dat een mix is van autobiografie en fictie. Hij combineert zijn foto’s vaak met eigen teksten en tekeningen en verwerkt ze in collages. Zijn fotoboeken hebben een (fictief) dagboekachtig karakter. In 2008 verscheen zijn eerste boek Beyond History (Havana 1998–2006). Dit boek werd in 2009 geselecteerd voor de Prix de Livre d’auteur tijdens Les Rencontres Internationales de la Photographie in Arles. Cuba, en met name de hoofdstad Havana, vormt een rode draad in Delbroucks leven en werk. Een ander belangrijk land voor hem is Nepal, waar hij in 2009-2010 een jaar lang met zijn gezin in de hoofdstad Kathmandu woonde. Zijn Himalaya-project resulteerde in drie fotoboeken: As Dust Alights (2013), Some Windy Trees (2013) en Dzogchen (2015). Solotentoonstellingen van Vincent Delbrouck waren onder meer te zien in het Fomu in Antwerpen (2015) en het Musée de la Photographie in Charleroi. Een deel van Champú beleefde zijn première op het Photoluxfestival in Lucca in 2019.

Bij de tentoonstelling verschijnt het door Vincent Delbrouck zelf uitgegeven boek Champú.

In de tentoonstellingszalen is de volledige Facebook-tekst van Oriss Abreu Pavie te lezen in het oorspronkelijke Spaans en in Nederlandse en Engelse vertaling.