Loading Events

Nathalie Amand of de keerzijde van het zichtbare…

Nathalie Amand werd geboren in 1968 en is docente aan de Académie des Beaux-Arts van Doornik. Ter gelegenheid van de laatste fotografiebiënnale in de Condroz, publiceerde ze haar eerste monografie, Parêtre, bij uitgeverij Yellow Now (reeks Angles vifs, 2019). Dit is haar eerste tentoonstelling bij Contretype: meer dan om een synthese of een retrospectieve van haar werk, gaat het hier om een grillige en dynamische diagonale die zich slingert doorheen dertig jaar van ob- sessies, vraagstellingen, en verwondering. De fotografe had altijd al een voorkeur voor analoge fotografie en voor het midden- en zelfs grootformaat. Al heel vroeg vertoonde ze een voorliefde voor ensceneringen en studio-opnamen. Ze ob- serveert de menselijke natuur tot in haar intiemste hoekjes (verhouding van het lichaam tot de ruimte en de tijd, pudeur en identiteit, eindigheid en absurditeit) en evoceert, door enscenering, manipulatie of kunstgrepen, de meest gevestigde genres van schilder- en tekenkunst: naakt en portret, landschap en stilleven, de- tails en vanitas.

Toch is het spel van dat wat onthuld en dat wat verhuld of onzichtbaar is, bij haar alleen in schijn klassiek. Het is een stuk complexer dan het lijkt. Het esthetische as- pect en de sensualiteit (van de huid, de materie, de textuur, de objecten) mogen dan al een doorslaggevende rol spelen in haar onderzoek, toch bevraagt Nathalie Amand vooral de blik van de toeschouwer. Wat is zijn of haar positie en wat is zijn of haar houding ten overstaan van het onthulde, van hetgeen de ene maal wazig wordt door de beweging en wat zich de andere maal overmatig opdringt, van wat ons op andere momenten confronteert met onze eigen angsten of met onze nood aan ontsnapping, interpretatie, verbeelding en lichtheid.
Zichtbaar of obscuur deel, engelenaandeel (de bedwelmende alcohol die uit de wijn opstijgt) of duivelsaandeel, «ogendeel» of vervloekt deel, bij deze fotografe
is alles weerspannigheid, geschipper, aarzeling en weerstand: tussen hemel en aarde, tussen het zuivere en het onzuivere, tussen het fijnzinnige en het grove. De schoonheid van de dingen is vaak niet te scheiden van hun kwetsbaarheid, elk licht heeft zijn schaduwzijde. Aanwezigheid komt tot stand door iets de rug toe te keren, zo duikt de realiteit zelfs op door het sluiten van de ogen… Het gaat hier na- melijk om tegenstrijdige waarheden, meer verinnerlijkt dan aantoonbaar en zeker niet demonstratief. In de intieme kosmogonie van Amand verloopt het grote ver- langen naar het absolute via kleine zaken. De fotografische benadering stelt deze niet louter vast maar overstijgt ze, beschouwt ze vanuit een ander standpunt, en transformeert en transcendenteert. Zonder te veel te verzeilen in de droomwereld of de metafysica, nodigen de meest onbetekenende en delicate kleinigheden uit tot een vorm van bezinning, van verhevenheid, van meditatie…

Het sacrale? Misschien wel, ja, maar evengoed het tegengestelde ervan. Aards en geïncarneerd, triviaal indien nodig. De talloze verwijzingen (aan het fetisjistische boudoir en de 19de-eeuwse studio, voor de reeks «Hommages licencieux»; aan de surrealisten, Ernst op kop, de referenties aan de collages en assemblages en aan andere grote namen uit de landschapsschilderkunst en het stilleven …), dienen uiteindelijk om te komen tot het uitgezuiverde, de soberheid zonder omwegen,
de essentie van een mysterie, en uiteindelijk tot een essentiële afwezigheid, nog moeilijker te benoemen dan te tonen of te verhullen.