Loading Events

Ao 青 (‘Blauw’) is de derde korte film van kunstenaar Charlotte Dumas (Vlaardingen, 1977) met het Japanse eiland Yonaguni als gemene deler. Sinds 2015 deed zij onderzoek naar dit eiland en het bijna verdwenen inheemse paardenras dat er vrij leeft. Een somber element in het verleden van het eiland schemert door in haar kenmerkende intieme films en foto’s. In glazen rondvormige objecten, een balletschoentje of een band om een paardenbuik keert een bijzondere kleur blauw terug die een verband legt tussen de Japanse natuur, de inheemse paarden en drie jonge meisjes, wier onbevangen autonomie een nieuwe energie op het eiland brengt. In de tentoonstelling Ao worden de drie overlappende films voor het eerst samen vertoond, aangevuld met foto’s uit hetzelfde project.

De paardjes in de drie korte films van Charlotte Dumas, te zien in de tentoonstelling Ao, lijken ontegenzeglijk autonoom. Stuurs staan ze op de verlaten asfaltwegen van het Japanse eiland Yonaguni, waar de films zich grotendeels afspelen. Dumas bezocht deze paarden voor het eerst tijdens haar project Stay (2014/2016), waarvoor ze de laatste acht inheemse Japanse paardenrassen vastlegde. Ooit vervulden deze kleine, kortbenige dieren een belangrijke rol in de samenleving als werkpaarden en als paarden met een religieuze functie. Maar door industrialisatie en de import van grotere westerse rassen kwam er een einde aan hun praktisch nut, waardoor ze in aantal drastisch verminderden. Als regionaal symbool is het Yonaguni-paard echter nog overal te zien op het eiland dat sinds honderden jaren hun leefgebied is. De resterende paarden zijn inmiddels uitgeroepen tot beschermd levend erfgoed.

Verwantschap tussen mens en dier
De rol van de paarden is in de films van Dumas gelijkwaardig aan die van mensen. In de eerste film, Shio 潮 (‘Tij’, 2018), probeert een tienjarig Japans meisje in de branding haar paard de zee in te leiden. Ze lijken te wachten op iets of iemand. Misschien wel op het kleine meisje dat in de tweede film, Yorishiro 依代 (2020), schijnbaar onopgemerkt door Japanse stadslandschappen dwaalt, totdat ze op het eiland haar kudde vindt. Het meisje draagt een paars-grijs paardenpak met blauwgroene manen. Ze lijkt nergens bij te horen: noch bij de mensen, noch bij de dieren, maar net als de paarden bezit ze een autonome, bijna magische energie, die in Dumas’ films kind en dier verbindt. In de derde en laatste film, Ao (‘Blauw’), wordt een nieuw personage geïntroduceerd wanneer een derde meisje tussen de paarden op dansschoenen en blote voeten het ruige landschap verkent.

De kleur blauw als rode draad
Het leefgebied van de Yonaguni-paarden draagt sporen van een turbulente geschiedenis. Op de noordwestelijke punt van het eiland ligt een diepe rotskloof waar een duister verhaal omheen hangt. In de achttiende eeuw werden zwangere vrouwen gedwongen over deze kloof heen te springen om overpopulatie tegen te gaan. Het maakt de plek tot een gedenkplaats. De vestiging van een militaire basis met radartoren in 2016 maakte van het eiland een politieke pion in de spanningen tussen Japan en buurland China. Terwijl het bevolkingsaantal afneemt en veel gebouwen leegstaan, zwerven de paarden langs de steile kusten, niet in staat om het eiland te verlaten. In Ao komt het meisje oog in oog te staan met de kloof waarin zoveel vrouwen het leven verloren. De energie en autonomie van de drie meisjes en de paarden contrasteert met de donkerte van het ravijn.

Als leidmotief duiken in elke film textielcreaties van de lokale kledingontwerpster Yuko Kitta op. In Shio is dat de ‘obi’ (een traditionele buikband voor paarden die in onbruik is geraakt), in Yorishiro het paardenpak. Centraal staat de kleur indigo, die Kitta op traditionele wijze destilleert uit planten die op het eiland groeien. De blauwe schoentjes van het meisje in Ao worden gereflecteerd in de installatie van blauwe doeken in de museumzaal waar deze film wordt getoond.

Intieme fotoportretten
De Yonaguni-paarden van Dumas zijn, met hun kleine postuur, majestueus in hun verstilling. Charlotte Dumas geniet vooral bekendheid door de intimiteit van haar fotografische portretten van paarden, honden, wolven en tijgers. ‘Het portret moet zichzelf overstijgen en een buitengewone concentratie hebben. Ik wil dat de kijker zich alleen waant met het beeld, zodat er even een verwantschap kan ontstaan met het dier op de foto.’ Eerdere onderwerpen waren reddingshonden die in de ravage na 9/11 naar overlevenden zochten, politiepaarden en de caisson-paarden van de militaire begraafplaats in Arlington (VS). In de moderne maatschappij is het concrete contact met dieren minimaal. Dumas zoekt naar plaatsen waar het contact tussen mens en dier aanhoudt en bekijkt hoe de onderlinge verhouding aan verandering onderhevig is. De ambivalentie ervan interesseert haar: wij zien dieren vaak als ondergeschikt aan onze soort – in sommige industrieën zijn ze nauwelijks meer dan gebruiksartikelen –, tegelijkertijd identificeren we ons met ze. Dumas fotografeert de dieren nadat ze hun diensten hebben geleverd, ontdaan van een functie en de symboliek waarmee we dieren graag opzadelen. Hier kan Dumas doordringen tot de kern en eigenheid van haar onderwerp. Met de tentoonstelling Ao bewijst Charlotte Dumas wederom dat zij als kunstenaar de essentie en autonomie van mens en dier weet te vangen.

Bij de tentoonstelling verschijnt de publicatie Ao, vormgegeven en uitgegeven door Hans Gremmen (FW Books).

 

Share This Story, Choose Your Platform!